De hoofdstad van het nederlands gedeelte is Philipsburg. Bij ons zou je het bijna een groot lintdorp hebben genoemd, zo zit het vastgeklemd tussen de grote baai ervoor (Great Bay dus) en het zoutmeer (Great Salt Pond) erachter.
In de achttiende eeuw opgericht door John Philips, destijds kapitein bij de nederlandse marine. In ons gidsje stond zijn graftombe als te bezoeken bezienswaardigheid. Dus wij op pad, maar op de opgegeven plek waren alleen maar steile berghellingen.
Philipsburg bezit echter een klein, maar leuk museum en de conservatrice wist ons de juiste plek te wijzen. Wij opnieuw op pad en, na toch nog een heel gezoek, tombe gevonden!
Ach, dat zoeken was wel leuk, maar de tombe zelf een stuk minder! Het lag in een zwaar verwaarloosd veld. Interessant is dan wel weer het feit dat alle overledenen boven de grond worden bij gezet in smalle betonnen bunkers waarbij de voorkant is dichtgemetseld. Verse bloemen op een graf is bij deze warmte natuurlijk onzin en dus zie je op elke begraafplaats op de eilanden waar we geweest zijn veel overblijfselen van kunstbloemen/-bloemstukken, verspreid door de wind/orkaan? over het hele veld.
Het museum is trouwens de moeite waard. Heel kleinschalig, maar leuk van opzet en de toegang is gratis. Daar hebben we meer van StM’s ontstaan geleerd en de indrukwekkende video bekeken van de verwoestende uitwerking van orkaan Luis in 1995 op het eiland, huizen, boten, etc. Over dit soort “Hurricane’s” later nog meer.
Over Philipsburg hebben we onze ervaringen al eerder op de weblog gezet. Het stadje is niet groot, maar erg druk. Je moet er beslist wegblijven als er veel cruise schepen voor de steiger of voor de rede liggen. Dan wordt het stadje door tienduizenden toeristen bevolkt,
is het autoverkeer op het eiland enorm toegenomen en sta je voortdurend in de file (maar dit laatste sta je op dit eiland al gauw).
Toch is het de moeite waard om Philipsburg te bezoeken als de rust weer is teruggekeerd. Het stadje kent twee hoofdstraten, parallel lopend aan de baai en waaraan alle winkels liggen: Frontstreet en Backstreet. Simpel, maar wel duidelijk. De zijstraten hebben allemaal nederlandse -voor ons ludieke- namen.

De moeite waard dus om ze te fotograferen en er een aparte collage van te maken.
Al slenterend door Philipsburg kom je toch een paar interessante foto-objecten tegen herinnerend aan vroegere tijden. Wat te denken van deze fraaie muurschildering:
Afbeeldingen van een tijd waar hier niet graag over geproken wordt. Zelfs in het museum is maar weinig materiaal over de slaventijd tentoongesteld.
We zijn in Frontstreet nog een paar prachtige bronzen beelden als tastbare herinneringen tegengekomen. De immense beelden zijn te koop, maar niemand zal ze hier willen hebben, vermoed ik zo.
Een niet overwegende, maar wel terugkerende pastelkleur van huizen en muren hier is roze. Geen idee waar dit vandaan komt maar het valt ons telkens op.
De laatste foto is van de “Oranje school”, verwijzend naar ons Koningshuis. Want koningsgezind zijn ze hier wel op dit eiland, volgens de conservatrice van het museum die de koningin al een paar keer (ook tijdens haar laatste bezoek) had ontmoet.
Overige impressies:
Bij het politiebureau staan we even stil: hier staan hun motoren buiten: Harley Davidson. Dat is wat Erik hier nog het meeste mist: motorrijden! Je hebt hier over het algemeen Harley’s en Honda’s. Het is echter geen eiland voor motoren: je bent zo rond en bovendien moet je ze aan zware kettingen leggen! Maar die Harley’s zijn wel erg stoer!
























0 Reacties tot “Philipsburg”